NLP woordenboek


NLP woordenboek met termen zoals we deze woorden binnen de Academie voor Psychologica gebruiken.

Browse the glossary using this index

Special | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | ALL

Page: (Previous)   1  ...  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  (Next)
  ALL

O

Oppervlakte structuur

De woorden waarmee een beschrijving wordt gegeven van een interne re-presentatie die gebaseerd is op zintuiglijke waarneming. De oppervlakte structuur is de weergave. De uitspraak “Ik heb iets mee gemaakt dat met geen pen valt te beschrijven” of “ik heb er geen woorden voor” geeft de beperking aan van de oppervlakte structuur.


Out framing

Bepaalde mogelijke bezwaren worden uitgesloten door het zetten van een kader. Ik zal elke vraag beantwoorden behalve de vragen behorende bij deze kwestie die zullen in een later stadium worden beantwoord. Out framing is een handige communciatie techniek bij vergaderingen of presentaties.

Overtuiging

Een overtuiging is een generalisatie over de werkelijkheid, op basis van een beperkt aantal ervaringen. Op basis van overtuigingen creëert de mens haar eigen model van de wereld.
Het zijn beweringen die voor jezelf waarheid bevatten. Het zijn geen feiten die meetbaar en waarneembaar zijn. Een overtuiging heeft 3 elementen in zich. Een betekenis (conclusie), een bewijs en een waarde.


P

Patroon doorbreken

Een gedragspatroon doorbreken. Dit doe je door het patroon op een andere manier te benaderen. Voorbeeld; je steekt de hand uit om een ander te begroeten, de ander doet dat ook, maar voordat het komt tot het daadwerkelijk handen schudden stop je de handeling dit schept verwarring en vanuit deze “onmogelijke ervaring” ga je naar de reactie die je wilt creëren.


Predikaten

Proceswoorden (zoals werkwoorden, bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden) die iemand gebruikt om een onderwerp te beschrijven. Predikaten worden binnen NLP gebruikt om te achterhalen welk re-presentatiesysteem iemand op zeker moment gebruikt om informatie te verwerken. Het leer en denksysteem wordt blootgelegd. Bijvoorbeeld; “Zoals ik het zie” (V), “Zoals ik het hoor” (A), “Zoals ik het voel” (K)


primair gevoel

De impuls of gevoel dat in een situatie het eerst ontstaat. Kort, hevig en authetiek


Primair representatiesysteem

Het voorkeursysteem om intern opgeslagen informatie naar buiten te brengen. Herkenbaar aan predikaten.


Proces en inhoud

Inhoud is wat je doet, terwijl proces is hoe je doet. Wat je zegt is de inhoud, hoe je het zegt is het proces. NLP is vooral geïnteresseerd in het proces. Hoe doen de mensen de dingen die ze doen.


proces sturing

Inhoud en proces, kennis en emotie beiden hebben een succesbepalende rol in processturing. Door beide effectief op te pakken ben je in staat een groepsproces te sturen.


R

Rapport

Het tot stand brengen van vertrouwen, harmonie en samenwerking door de ander te ontmoeten in zijn of haar model van de wereld.
Rapport is kenmerkend in:
1. Vertrouwen
2. Gevoelsmatige betrokkenheid
3. Bereidheid om elkaar te volgen (volgen en leiden)
4. Respect voor elkaars model van de wereld
5. Sterk op elkaar gerichte aandacht
Er wordt beweerd dat 80% van een succesvol (coaching) gesprek afhankelijk is van de relatie tussen beiden, 20% welke techniek wordt aangeboden.



Page: (Previous)   1  ...  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  (Next)
  ALL